Statuten

Met de beslissing voor het hof van arbitrage voor privaat bouwrecht in Duitsland wordt ook het arbitragereglement van het gerecht van kracht. Het legt het kader, de vorm waarin het proces aanhangig wordt gemaakt en de proceskosten vast.

    § 1 – Toepassingsgebied
  • Arbitrageovereenkomst (1) Dit arbitragereglement geldt voor geschillen die volgens afspraak van de partijen moeten worden beslecht, buiten de gewone gerechtelijke wegen om, door het hof van arbitrage voor privaat bouwrecht in Duitsland conform de bepalingen van het onderstaand arbitragereglement.
  • (2) Vanaf een geldelijk belang van 50.000  wordt de gewone arbitrageprocedure ingezet.
  • (3) Voor geschillen met een geldelijk belang tot 50.000  werkt het hof van arbitrage met een vereenvoudigde arbitrageprocedure. De vereenvoudigde procedure onderscheidt zich van de gewone door het aantal scheidsrechters en  door de kosten (§2 al. 3f, §5 al. 1+2, §16 al. 2, §20 al. 3)
  • Geldigheid van het  ZPO (4) Voor het arbitrageproces zijn het Duitse recht en de bepalingen van het Duitse wetboek van burgerlijke rechtsvordering (ZPO; Zivilen Prozeß Ordnung) geldig, voorzover in wat volgt geen afwijkende bepalingen zijn opgesteld.
  • 5) Arbitrageprocessen die voor het hof van arbitrage voor privaat bouwrecht in Duitsland worden gevoerd, worden gehouden in de Duitse taal.
    § 2 – Aanhangig maken van een arbitrageproces
  • Schriftelijke  kennisgeving (1) De partij die het arbitrageproces wil aanspannen (de aanklager), moet, conform § 3, de andere partij (de beklaagde) en het hof van arbitrage voor privaat bouwrecht in Duitsland hiervan schriftelijk op de hoogte brengen.
  • Aanvang van het arbitrageproces (2) Het arbitrageproces vangt aan op de dag waarop de beklaagde en het gerecht de kennisgeving over het aanspannen van het arbitrageproces hebben ontvangen.
  • Inhoud van de kennisgeving (3) De kennisgeving over het aanspannen van het arbitrageproces moet de volgende inlichtingen bevatten:
  • a) het verzoek het geschil in een arbitrageproces te beslechten;
  • b) de namen en adressen van de partijen;
  • c) een verwijzing naar de arbitrageovereenkomst die men hier doet gelden;
  • d) een verwijzing naar het contract of de rechtsbetrekking waaruit het geschil voortkomt of waarop het betrekking heeft;
  • e) de algemene aard van het geschilpunt en van de vordering, een aanduiding van de grootte van het geldelijk belang en de aanklacht (§ 253 van het ZPO);
  • f) een voorschot ter waarde van één dagtarief bij een vereenvoudigde arbitrageprocedure of de betaling van gerechtskosten bij een gewone arbitrageprocedure.
  • (4) Het hof van arbitrage voor privaat bouwrecht in Duitsland moet zich onmiddellijk nadat het van zijn benoeming op de hoogte is gebracht, uitspreken over de aanvaarding van de zaak. De verklaring moet schriftelijk gebeuren tegenover beide partijen.
    § 3 – Correspondentie
  • Schriftelijke verklaringen (1) Alle verklaringen van de partijen of van hun gevolmachtigden, die het arbitrageproces aanhangig maken, moeten aangetekend worden verzonden. Schriftelijke verklaringen die via een andere weg werden overgemaakt, blijven in effectiviteit onaangeroerd.
  • (2) Alinea 1 geldt niet voor vereenvoudigde arbitrageprocedures.
    § 4 – Vertegenwoordiging
  • Gevolmachtigden in het proces (1) Het is de partijen toegestaan zich in het proces te laten vertegenwoordigen door gevolmachtigden.
  • (2) Partijvertegenwoordigers die geen wettige vertegenwoordigers van hun partij zijn, moeten zich op verzoek legitimeren door middel van een schriftelijke volmacht.
    Kapittel II: Samenstelling van het hof van arbitrage
    § 5 – Aantal scheidsrechters
  • (1) Bij de vereenvoudigde arbitrageprocedure wordt het rechtsgeding beslecht door één scheidsrechter. Afhankelijk van de zaak wordt het rechtsgeding behandeld en beslecht door een bouwdeskundige of door een jurist.
  • Driedelig hof van arbitrage (2) Bij de gewone arbitrageprocedure is het hof van arbitrage samengesteld uit minstens drie rechters: één of twee bouwdeskundigen en één of twee juristen met de bevoegdheid tot het rechtersambt of met een gelijkwaardige buitenlandse opleiding. HOAI-geschillen (honorarium voor architecten en ingenieurs), kunnen op aanvraag van de partijen (onafhankelijk van de grootte van het geldelijk belang) door één of twee scheidsrechters worden behandeld.
  • Onpartijdigheid (3) Het hof van arbitrage vertegenwoordigt geen partij, maar neemt het toegewezen ambt naar eer en geweten onpartijdig waar.
  • Samenwerking met de Nederlandse Raad van Arbitrage (4) Bij geschillen in een gewone arbitrageprocedure, waarbij een partij vertegenwoordigd is die haar bedrijfszetel of woonplaats in Nederland heeft, kan op aanvraag van een partij ook een scheidsrechter van de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven in Nederland worden benoemd.
  • Geschillen i.v.m. de  HOAI (5) Geschillen die louter gaan over het honorarium van architecten, kunnen op vraag van de partijen (onafhankelijk van de grootte van het geldelijk belang) door één of twee scheidsrechters worden behandeld.
    § 6 – Benoeming van de scheidsrechters
  • (1) Het hof van arbitrage voor privaat bouwrecht in Duitsland benoemt de rechters. Deze gelden als door beide partijen met de zaak belast.
  • (2) De voorzitter, de rechters en de functionarissen zijn verplicht tot geheimhouding.
  • Verklaring van acceptatie (3) Het hof van arbitrage voor privaat bouwrecht in Duitsland moet zich onmiddellijk nadat het van zijn benoeming op de hoogte is gebracht, uitspreken over de aanvaarding van de zaak. De verklaring moet schriftelijk gebeuren tegenover beide partijen.
    Kapittel III: Wraking van scheidsrechters en vervanging
    § 7 – Verklaring over de weigering van het scheidsrechterambt
  • Vrees van partijdigheid Elke scheidsrechter is verplicht zijn benoeming te weigeren, indien hij tot een partij in één van de in § 41 van het ZPO beschreven verhoudingen staat of indien de veronderstelling van § 42 al. 2 van het ZPO (vrees van partijdigheid) aanwezig is; hetzelfde geldt, indien een scheidsrechter niet in staat is zijn ambt onmiddellijk uit te oefenen.
    § 8 – Wraking van een scheidsrechter door een partij
  • Voorwaarde voor de wraking (1) Een scheidsrechter kan worden gewraakt, indien er redenen bestaan die aanleiding geven tot een terechte twijfel aan zijn onpartijdigheid en onafhankelijkheid.
  • Tijdstip van de wraking (2) De wraking van een scheidsrechter moet onmiddellijk bij kennis van de reden gebeuren. Gebeurt ze ondanks de kennis van de reden tot wraking niet, dan staat dit gelijk met een afzien van het recht op wraking.
  • (3) De wraking moet aan de andere partij en aan het hof van arbitrage worden bekend gemaakt. De bekendmaking moet schriftelijk (§ 3) gebeuren met vermelding van de redenen van wraking.
    § 9 – De wrakingsprocedure
  • Beroep op het gerecht (1) Wraakt een partij de scheidsrechter, dan moet ze, indien de tegenpartij met deze wraking niet akkoord gaat, de beslissing over de verklaring tot wraking laten gebeuren door het bevoegde Oberlandesgericht (§ 1037 al. 1 en 3, 1062 al. 1 nr. 1 van het ZPO). De beslissing moet onmiddellijk worden aangevraagd, uiterlijk binnen een periode van 14 dagen na de uiting van de andere partij over de  wraking.
  • Recht op wraking (2) Gebeurt de aanvraag niet binnen deze termijn, dan geldt dit als een afzien van het recht op wraking. Voor de wraking van het hof van arbitrage in Duitsland geldt § 1032 van het ZPO in combinatie met de §§ 41, 42, 43 en 44 al. 4 van het ZPO.
    § 10 – Vervanging van een scheidsrechter
  • (1) Indien een scheidsrechter ten gevolge van dood of ziekte zijn activiteit niet kan uitoefenen, dan kan door het hof van arbitrage een andere scheidsrechter worden benoemd.
  • (2) Dit heeft geen verdere invloed op het verloop van het proces.
    Kapittel IV: Arbitrageproces
    § 11 – Basisprincipes van het arbitrageproces
  • (1) Het arbitrageproces is niet openbaar.
  • Indiening van de aanklacht (2) Zodra het hof van arbitrage voor privaat bouwrecht in Duitsland wordt aangesproken, benoemt het onmiddellijk de scheidsrechters.
  • Principe van snelle berechting (3) Het hof van arbitrage moet zorgen voor een snelle uitvoering van het arbitrageproces. De partijen moeten hun materiaal ter beschuldiging of verdediging volledig aanvoeren en wel zo snel als het, afhankelijk van de aard van het betreffende proces, een zorgvuldige en op bevordering van het proces bedachte voering van het proces past.
  • Toezending van de aanklacht (4) Het hof van arbitrage voor privaat bouwrecht in Duitsland zendt de beklaagde de aanklacht toe met de oproep zich in verband hiermee, binnen een door het hof bepaalde termijn, onder aanvoering van de bewijsmiddelen te uiten en een reglementair verzoek in te dienen.
  • Datum van de mondelinge behandeling (5) Ligt de beantwoording van de aanklacht voor of is de hiertoe bepaalde termijn vruchtloos verstreken, dan bepaalt het gerecht de datum voor de mondelinge behandeling. Tegen deze datum moeten de partijen door middel van een aangetekende brief worden gedagvaard. Tussen de ontvangst van de dagvaarding en de eerste datum van behandeling moet een termijn van 14 dagen liggen. In dringende gevallen mag het gerecht de termijnen inkorten en ook telegrafisch, per telex of fax dagvaarden.
  • Voorbereiding van de mondelinge behandeling (6) Het hof van arbitrage voor privaat bouwrecht in Duitsland moet reeds vóór de mondelinge behandeling alle maatregelen treffen die opportuun blijken, opdat het rechtsgeding zo mogelijk in één zitting kan worden afgehandeld.
  • Geen verplichting aan verzoeken tot  bewijsopdracht (7) Het hof van arbitrage is niet gebonden aan de verzoeken van de partijen tot bewijsopdracht. Het kan vooronderzoeken laten uitvoeren door een van de 3 scheidsrechters als bevoegd rechter, of de verzoeken van de partijen tot bewijsopdracht afwijzen als en in zoverre het deze als onbelangrijk, onnodig of als een poging tot vertraging beschouwt.
  • Oordeel van het hof van arbitrage (8) Voor het overige regelt het hof van arbitrage het proces naar zijn eigen oordeel. Het kan de aanvang en voortgang van zijn activiteit laten afhangen van de betaling van een gepast voorschot.
    § 12 – Plaats van zitting
  • Plaats van zitting De plaats van zitting is de zetel van het hof van arbitrage voor privaat bouwrecht in Duitsland; het hof van arbitrage kan een andere plaats bepalen. Moet er een descente worden uitgevoerd, dan moet dit zo mogelijk gebeuren op de datum van de behandeling zelf.
    § 13 – Mondelinge behandeling
  • Mondelinge behandeling (1) De behandeling gebeurt in de regel mondeling. Met toestemming van de partijen kan in gevallen die zich daartoe lenen ook een schriftelijk proces worden ingericht.
  • Schriftelijke voorbereiding en het horen van de partijen (2) De mondelinge behandeling moet door conclusies worden voorbereid. In de behandeling moeten de partijen en hun vertegenwoordigers worden gehoord.
  • Beoordeling van het gedrag der partijen (3) Geeft een van de over de feiten ingelichte partij zijn mening over de feitelijke beweringen van de tegenpartij niet te kennen of verschijnt ze ondanks een reglementaire dagvaarding zonder toereikende verontschuldiging niet op de datum van zitting, dan zet het hof van arbitrage het proces voort en velt ze het arbitraal vonnis op basis van de tot dan toe verstrekte informatie.
    § 14 – Proces-verbaal
  • Proces-verbaal van de mondelinge behandeling (1) Over de mondelinge behandeling voor het hof van arbitrage voor privaat bouwrecht in Duitsland moet (schriftelijk of op magneetband) proces-verbaal worden opgesteld. Hierin zijn de verzoeken van de partijen en hun overige uitingen te noteren, voorzover deze naar het oordeel van het hof van arbitrage essentieel zijn en niet reeds behoren tot de inhoud van de protocollen van de partijen. Ook over de ondervraging van getuigen en deskundigen en over de uitvoering van een descente moet proces-verbaal worden opgesteld.
  • Proces-verbaal door de bevoegde scheidsrechter (2) Zijn individuele scheidsrechters van het hof van arbitrage belast met de uitvoering van een vooronderzoek, dan dienen deze hierover proces-verbaal op te stellen.
    § 15 – Plicht tot geheimhouding
  • Plicht tot geheimhouding De scheidsrechters, deskundigen en andere door het hof van arbitrage ingeroepen personen zijn verplicht tot geheimhouding van de hun door hun activiteit in het arbitrageproces bekend geworden feiten.
    § 16 – Besluitvorming over het arbitraal vonnis
  • Beraadslaging en besluit (1) Bij de beraadslaging over de besluitvorming in het arbitraal vonnis mogen enkel de scheidsrechters aanwezig zijn.
  • Meerderheid van stemmen (2) Bij de vereenvoudigde arbitrageprocedure beslist de aangestelde scheidsrechter.
  • (3) Bij de gewone arbitrageprocedure beslist het hof van arbitrage bij meerderheid van stemmen.
    § 17 – Vorm en effect van het arbitraal vonnis
  • Schriftelijk (1) Het arbitraal vonnis moet schriftelijk worden opgesteld.
  • Plicht tot motivatie (2) Het hof van arbitrage moet het arbitraal vonnis motiveren, tenzij de partijen hiervan uitdrukkelijk hebben afgezien.
  • Ondertekening van het vonnis (3) Het arbitraal vonnis moet conform § 1054 al. 1 van het ZPO door de scheidsrechters worden ondertekend en moet tevens de datum en de plaats waarop het werd afgekondigd, alsook de plaats van het arbitraal proces in de zin van § 1043 al. 1 van het ZPO vermelden.
  • Afschrift van het vonnis (4) Aan elke partij moet officieel een afschrift van het arbitraal vonnis worden bezorgd (§ 1054 van het ZPO).
  • Effect van het vonnis (5) Het arbitraal vonnis heeft voor de partijen het effect van een rechtsgeldig juridisch oordeel (§ 1055 van het ZPO).
  • Bewaring van de processtukken (6) Na de afsluiting van het proces moeten de betreffende documenten, voorzover ze op vraag van de betrokkenen niet als hun eigendom werden teruggegeven, door het hof van arbitrage worden bewaard voor een periode van 5 jaar.
  • Verstrekking van het uitvoerbare afschrift (7) Overeengekomen als bevoegd voor de verstrekking van het uitvoerbare afschrift van het arbitraal vonnis, geldt de kanton- of arrondissementsrechtbank die bevoegd is voor de zetel van de beklaagde of, in het geval laatstgenoemde deze in Duitsland niet heeft, voor de woonplaats van de beklaagde. Mocht deze niet in Duitsland zijn, dan geldt de scheidsrechterlijk bevoegde kanton- of arrondissementsrechtbank die door de partijen werd gekozen.
    § 18 – Overeenkomst of andere redenen voor het seponeren van de zaak
  • Voortijdige  overeenkomst tussen de partijen (1) Raken de partijen het voor de uitspraak van het arbitraal vonnis eens over de bijlegging van het geschil, dan moet het hof van arbitrage ofwel besluiten tot het seponeren van de arbitragezaak, ofwel, indien beide partijen erom vragen en het hof van arbitrage ermee instemt, het seponeren protocolleren in de vorm van een arbitraal vonnis met overeengekomen tekst. In dit geval moet het arbitraal vonnis niet worden gemotiveerd.
  • Seponeren van het arbitrageproces (2) Wordt het nog voor het arbitraal vonnis is geveld, om gelijk welke andere reden dan de in (1) genoemde, onnodig of onmogelijk om het arbitrageproces voort te zetten, dan moet het hof van arbitrage de partijen op de hoogte brengen van zijn voornemen te besluiten tot het seponeren van de zaak. Het hof van arbitrage heeft de bevoegdheid een dergelijk besluit te nemen, tenzij één van de partijen daartegen een gemotiveerd verzet aantekent.
  • Mededeling van de maatregel tot seponeren (3) Het hof van arbitrage doet de partijen de door de scheidsrechters ondertekende afschriften van het besluit tot seponeren van de arbitragezaak of het arbitraal vonnis met overeengekomen tekst toekomen.
    Kapittel V: Kosten van het arbitrageproces
    § 19 – Bepaling van de kosten
  • (1) Het hof van arbitrage bepaalt de kosten van het arbitrageproces.
    § 20 – Geldelijk belang en tarieven
  • Afwijkende tariefbepaling (1) De kosten van het hof van arbitrage bedragen voor een gewoon proces 30/10 van de tarieven volgens de BRAGO (de Duitse tariefbepaling voor advocaten) exclusief BTW. Bij geschillen over honoraria van architecten bedragen de kosten voor een tarief, al naargelang het overeengekomen aantal scheidsrechters, 13/10 of 20/10, indien overeenkomstig §1(4) een gereduceerd aantal scheidsrechters werd overeengekomen.
  • Uitzonderingsgevallen (2) Onkosten, buitengewone kosten, enz. worden afzonderlijk berekend volgens de principes van de BRAGO of volgens de effectief ontstane kosten.
  • (3) Bij de vereenvoudigde arbitrageprocedure wordt, onafhankelijk van het geldelijk belang, de rekening gemaakt op basis van de effectief geïnvesteerde tijd, volgens het op dat ogenblik geldende dagtarief. Het op het ogenblik geldende dagtarief kan bij het hof van arbitrage voor privaat bouwrecht in Duitsland worden aangevraagd.
  • Toestemming van de partijen (4) Beschouwt het hof van arbitrage voor privaat bouwrecht in Duitsland in uitzonderingsgevallen een afwijkende tariefbepaling als dwingend noodzakelijk, dan moet dit door het hof van arbitrage vóór de eerste mondelinge behandeling schriftelijk worden gemotiveerd.
  • Tarieven bij vroegtijdige beëindiging (5) Is het gewone proces stopgezet, dan ontstaan voor het gerecht de volgende tarieven:
  • a) tot de indiening van de klacht 0,5 tarief conform § 19 van dit verdrag
  • b) na de indiening van de klacht 1,0 tarief conform § 19 van dit verdrag
  • c) na de indiening van het verweerschrift 1,5 tarief conform § 19 van dit verdrag
  • d) vanaf de mondelinge behandeling 2 tarieven
  • e) voor de uitvaardiging van een bewijsbesluit een extra tarief
  • f) voor het vellen van een arbitraal vonnis een extra tarief; dit wordt niet aangerekend indien het gaat om een niet gemotiveerd arbitraal vonnis op grond van een overeenkomst tussen de partijen conform
    § 18 al. 1 van dit verdrag.
  • Noodzakelijke uitgaven (6) De partijen moeten alle noodzakelijke onkosten van de scheidsrechters alsook de door de ondervraging van getuigen en deskundigen en door het inwinnen van advies en andere inlichtingen ontstane kosten dragen.
  • Aansprakelijkheid van de partijen (7) De partijen stellen zich voor het hof van arbitrage voor privaat bouwrecht in Duitsland aansprakelijk als solidaire schuldenaars.
  • Voorschotten op de kosten (8) Het hof van arbitrage voor privaat bouwrecht in Duitsland kan in elk stadium van het proces een voorschot opeisen voor het dekken van vermoedelijke kosten.
  • (9) De voorschotten moeten door elke partij voor de helft worden betaald. Betaalt een partij haar helft niet, dan kan het gerecht dit bedrag verhalen op de andere partij. Betaalt ook de andere partij dit opgeëiste bedrag niet, dan seponeert het gerecht de zaak. Worden de voorschotten voor in te halen bewijsmiddelen niet betaald, dan gelden de voorschriften van het ZPO.