Rechtsgeldigheid van een arbitrageovereenkomst

De meeste civielrechtelijke rechtsgedingen kunnen worden onderworpen aan de arbitrale jurisdictie. Deze is vastgelegd in het ZPO (Zivil Prozeß Ordnung; het Duitse wetboek van burgerlijke rechtsvordering) § 1025 e.v., in het herziene "Tiende Boek" van de arbitrale procedure in art. 1 nr. 6 van de wet op de nieuwe regeling voor arbitraal recht (SchiedVfG) van 22.12.97 (Duits Staatsblad, al. 1, p. 3224), van kracht sinds 01.01.1998. Met deze nieuwe regeling volgt de wetgever een resolutie van de VN van 11.12.1985, waarin de lidstaten werd gradvineerd bij de hervorming van de arbitrageprocedure de modelwet in acht te nemen.

Het Duitse recht bepaalt op het gebied van kartelrecht, patentrecht, huurrecht en arbeidsrecht de absolute bevoegdheid van de openbare rechtsmacht.

De enige voorwaarde om een hof van arbitrage handelend te laten optreden, is de schriftelijke overeenkomst tussen de in het rechtsgeding betrokken partijen, de afsluiting van een zogenoemde arbitrageovereenkomst, die de bevoegdheid van de openbare burgerlijke rechtbank uitsluit.